|
1. Nineve is je eerste roman. Waarom heb je besloten om een roman te gaan schrijven? Schrijven is eigenlijk altijd mijn hobby geweest. Als tiener schreef ik korte verhalen en tijdens mijn studententijd heb ik al eens geprobeerd een hele roman te schrijven. Dat is toen ook gelukt, maar via een bureaulade is het verhaal in de prullenbak beland. Het was dan ook meer een oefening, ik denk dat je wat levenservaring nodig hebt voor je echt iets kunt neerzetten. Ik ben ook altijd met muziek bezig geweest en heb een aantal cd´s gemaakt met mijn band Ponoka. De droom om een roman te schrijven is echter gebleven. Ik kan er geen diepzinnig antwoord op geven, ik wilde het gewoon graag. Ik wilde in de eerste plaats een vlot, lekker leesbaar verhaal schrijven. Je heb met je debuut alle tijd om na te denken, dus ik heb er lang over gedaan. Ik denk dat de roman uit mijn jeugd een basis is geweest voor deze roman. Zowel de roman uit mijn studententijd als Nineve bevat losse scènes en karakters; sommige scènes en personages hebben het in een andere vorm overleefd. 2. Hoe kwam je bij uitgeverij Brandaan terecht? Ik wilde niet direct bij een expliciet christelijke uitgeverij terechtkomen. Toen ik het verhaal geschreven had, heb ik het aan verschillende mensen laten lezen, zowel christelijk als niet-christelijk. Een van hen was Peter van Dijk van Brandaan. Hij was erg enthousiast. We hebben gepraat over Brandaan en ik vond het een sympathieke, kleine uitgeverij. Ik wilde niet in de christelijke hoek vastzitten, omdat ik uit ervaring weet dat je daar niet meer uitkomt. Je zet een stempel op jezelf en ik houd niet van stempels. Hetzelfde geldt voor mijn band. Het is geen gospelband. Ik maak popmuziek, soms over God, soms over mijn vrienden, soms over de liefde. De boeken die uitgegeven worden bij Brandaan hebben in het algemeen een religieus thema, maar zijn niet propagandistisch. Daarnaast snapte Peter mijn verhaal direct en hij begeleidde mij enorm goed. Ik was nauw betrokken bij vormgeving en pr en dergelijke zaken. |
|
Lees meer...
|
|
|
Interview met Frank Dijkstra |
|
door Tina Verschuren "Wij worden regelmatig gebeld door scholieren en door leeskringen met de vraag waar die christelijke literatuur toch te vinden is? Er is veel onbekendheid als het gaat om christelijke literatuur. Ook wel ergernis of schouder ophalen. Is dat er dan nog; is het niet voorbij; bestaat er wel zoiets als christelijke literatuur? Men kijkt er dan wel van op, dat er een goed christelijk literair tijdschrift is met ruim 1.000 abonnees (Liter) en dat de Nieuwsbrief (Onder woorden) van het CLO op tweeduizend adressen gelezen wordt. Wij sturen dan een literatuurlijst van moderne christelijke literatuur toe met zo'n 225 titels. Onder hen zijn schrijvers als Vonne van der Meer, Willem Jan Otten, Jaap Zijlstra, Louis Kruger, Hans Werkman, Pieter Nouwen en vele anderen." Frank Dijkstra vindt deze tak van literatuur belangrijk. Zo belangrijk zelfs dat hij en enkele anderen zich tot doel gesteld hebben deze literatuur onder de aandacht te brengen en een brug te slaan naar algemene literatuur. Zes jaar geleden richtten zij het Christelijk Literair Overleg (CLO) op. Als de mens toch ook genoeg heeft aan de algemeen bekende literatuur, is dit dan niet wat overbodig? "Er is behoefte, maar ook onbekendheid. Christen-zijn moet niet naar het privé-domein verbannen worden, maar hoort op alle terreinen van het leven aanwezig te zijn, dus ook in literatuur. |
|
Lees meer...
|
|
door Katrien Ruitenburg Hans Ester is met het CLO in contact gekomen via de initiatiefnemer, Frank Dijkstra. "Frank en de andere stimulator Dirk Zwart hadden wel eens iets van mijn hand in het dagblad Trouw gelezen. Klaarblijkelijk sprak dat hen aan en bracht hen dat op de gedachte van samenwerking. Het CLO wil vanuit een levend geloof in Jezus Christus als onze verlosser op het belangrijke gebied van de literaire creativiteit stimulerend bezig zijn." "Uiteraard was het voor mij in het begin wennen aan de als vanzelfsprekend gebezigde taal en aan de reeds bestaande contacten. Maar er heerste van stond af aan binnen het CLO een sfeer van vertrouwen en aanmoediging. De leden van het bestuur en die van de Raad van Advies hebben ieder een hoogst- persoonlijke inbreng die ik als verrijkend ervaar. |
|
Lees meer...
|
|
|
|
|
|
|