Interview Rick de Gier

Rick de Gier 

1. Nineve is je eerste roman. Waarom heb je besloten om een roman te gaan schrijven?

Schrijven is eigenlijk altijd mijn hobby geweest. Als tiener schreef ik korte verhalen en tijdens mijn studententijd heb ik al eens geprobeerd een hele roman te schrijven. Dat is toen ook gelukt, maar via een bureaulade is het verhaal in de prullenbak beland. Het was dan ook meer een oefening, ik denk dat je wat levenservaring nodig hebt voor je echt iets kunt neerzetten. Ik ben ook altijd met muziek bezig geweest en heb een aantal cd´s gemaakt met mijn band Ponoka. De droom om een roman te schrijven is echter gebleven. Ik kan er geen diepzinnig antwoord op geven, ik wilde het gewoon graag. Ik wilde in de eerste plaats een vlot, lekker leesbaar verhaal schrijven. Je heb met je debuut alle tijd om na te denken, dus ik heb er lang over gedaan. Ik denk dat de roman uit mijn jeugd een basis is geweest voor deze roman. Zowel de roman uit mijn studententijd als Nineve bevat losse scènes en karakters; sommige scènes en personages hebben het in een andere vorm overleefd.

2. Hoe kwam je bij uitgeverij Brandaan terecht?

Ik wilde niet direct bij een expliciet christelijke uitgeverij terechtkomen. Toen ik het verhaal geschreven had, heb ik het aan verschillende mensen laten lezen, zowel christelijk als niet-christelijk. Een van hen was Peter van Dijk van Brandaan. Hij was erg enthousiast. We hebben gepraat over Brandaan en ik vond het een sympathieke, kleine uitgeverij. Ik wilde niet in de christelijke hoek vastzitten, omdat ik uit ervaring weet dat je daar niet meer uitkomt. Je zet een stempel op jezelf en ik houd niet van stempels. Hetzelfde geldt voor mijn band. Het is geen gospelband. Ik maak popmuziek, soms over God, soms over mijn vrienden, soms over de liefde. De boeken die uitgegeven worden bij Brandaan hebben in het algemeen een religieus thema, maar zijn niet propagandistisch. Daarnaast snapte Peter mijn verhaal direct en hij begeleidde mij enorm goed. Ik was nauw betrokken bij vormgeving en pr en dergelijke zaken.

3. Kun je zelf aangeven wat het thema van je boek is? Waar komt die inspiratie vandaan?

In het boek komen steeds twee gescheiden werelden terug. Dat is vaak een issue in christelijke kringen: het wel in de wereld, maar niet van de wereld zijn. Daan, de hoofdpersoon, wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen de christelijke subcultuur en de grote boze buitenwereld en hij voelt zich nergens echt thuis. Verschillende elementen uit het verhaal zijn autobiografisch. Van jongs af aan voelde ik me aangetrokken tot de kunstzinnige wereld, maar vanuit mijn christelijk milieu liep ik tegen allerlei reserves aan. We moeten voorzichtig zijn, we moeten de wereld op afstand houden: ik kan er niets mee. Dat gaat juist tegen mijn christen-zijn in. Ik wil in de wereld staan en oog hebben voor al het moois wat de wereld te bieden heeft.

4. In hoeverre zijn de frustraties die worden beschreven in Nineve, je eigen frustraties?

Ik beschrijf eigenlijk thema’s die je tegenkomt binnen alle kerkelijke stromingen in Nederland. Ik ben zelf in Canada opgegroeid en zat daar op een streng christelijke school, waar bijvoorbeeld popmuziek uit den boze was. Als tiener bezocht ik de Opwekkingsconferentie en had ik evangelische vriendjes. Ik ben dus bekend met de verschillende subculturen en bovendien heb ik veel verhalen gehoord van vrienden en kennissen. In het verhaal heb ik geprobeerd te laten zien hoe het kan gebeuren dat Daan in bepaalde stappen zijn geloof vaarwel zegt. Of bijna vaarwel zegt. Dat is bij mij niet gebeurd. Ik kan dat niet verklaren, maar ik kan wel heel erg in het proces van Daan meekomen.

5. Op welke manier is de titel Nineve gelinkt aan het thema?

Het plot van het verhaal is gebaseerd op het boek Jona. Daan krijgt een opdracht mee vanuit zijn kerkelijk milieu. Hij voelt die opdracht op hem drukken, maar hij wil niet, dus hij vlucht net zoals Jona. Gedurende het verhaal speelt die opdracht op de achtergrond steeds een rol. Daan durft geen echte keuzes te maken omdat hij altijd rekening houdt met het plan dat voor hem is vastgelegd. Het slothoofdstuk van het boek is een vrij letterlijke verwijzing naar het slot van Jona.

6. Verbaast het je dat je boek in zowel christelijke als niet christelijke media positief wordt ontvangen?

Tijdens het schrijven is het überhaupt de vraag of mensen het leuk zullen vinden, dus ik ben erg blij dat het positief wordt ontvangen. Ik hoopte heel erg dat het zowel in de christelijke als in de niet-christelijke wereld goed zou worden ontvangen, omdat ik me in beide werelden begeef. Ik heb geen karikatuur willen schetsen, maar ik heb een geloofsworsteling willen laten zien die subculturen ontstijgt. Ook buiten de kerk en het christendom hebben de mensen met geloofsworsteling en existentiële twijfels te maken.

7. Het boek is een crossmediaal project. Moeten we je zien als schrijver of als muzikant? Waarom heb je gekozen voor een boek met soundtrack en you-tube filmpjes?

Ik had al een paar albums met mijn band gemaakt en was bezig aan mijn derde plaat. Ik vond het niet echt spannend meer. Ook tekstueel was ik m’n ei wel zo’n beetje kwijt. Ik dacht: als ik vanuit het perspectief van Daan de liedjes schrijf, heb ik weer frisse inspiratie. Op die manier is het boek gecombineerd met de liedjes. Toch zie ik mezelf meer als songwriter, dat gaat me veel gemakkelijker af. Mijn roman lijkt erg dun, je hebt het in een avond uit, maar er zit veel tijd in.

8. Kunnen we nog meer van dit soort projecten van jou verwachten?

Jazeker. Maar ik zou nooit twee keer precies hetzelfde willen doen. Ik wil van alles proberen: een film maken, een stripscenario schrijven. Ik heb nog heel veel ideeën.

9. In interviews en recensies word je qua thematiek vergeleken met Maarten ’t Hart en Jan Siebelink. Wat vind je van die vergelijking?

Siebelink en ’t Hart zijn mannen die duidelijk afstand hebben genomen van het geloof. Dat doe ik niet. Het is ook een andere generatie. Franka Treur staat wat dat laatste betreft dichterbij. Ook de stijl van de romans verschilt. Inhoudelijk snap ik de vergelijking wel. Het zijn allemaal boeken over personen die gefrustreerd uit een christelijk milieu komen. In mijn boek komt de hoofdpersoon echter niet uit een gereformeerd, maar uit een evangelisch milieu. Ik heb ook geprobeerd om het met humor te schrijven en het lichtvoetig te houden.