Willem Jan Otten

Willem Jan Otten

Willem Jan Otten werd in 1951 geboren in Amsterdam in een muzikantenfamilie. Op zijn eenentwintigste ontving hij de Reina Prinsen Geerligsprijs voor zijn debuut, de poëziebundel Een zwaluw vol zaagsel. Otten heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een van de meest veelzijdige auteurs in Nederland. Hij schrijft poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken en essays.

Na zijn debuut volgde nog een reeks dichtbundels, waaronder De eend, Ik zoek het hier (Herman Gorterprijs 1981), Na de nachttrein en Paviljoenen (Jan Campertprijs 1992). Otten studeerde enige tijd Engels en filosofie, tot hij in 1975 theatermedewerker werd bij Vrij Nederland. Hij bleef daar tot 1981, maar hij is als criticus en essayist werkzaam gebleven en publiceert regelmatig over toneel, film en literatuur in o.a. NRC-Handelsblad. In 1986 verscheen een essay over pornografie, Denken is een lust. Hij werkte verder onder meer mee aan het literaire tijdschrift De Revisor en hij was redacteur van Tirade.

Vanaf 1981 was Willem Jan Otten drie jaar lang dramaturg bij toneelgroep Baal. Hij schreef zelf ook toneel. In 1983 publiceerde hij Een sneeuw, dat onder regie van Ton Lutz door toneelgroep Theater op de planken werd gebracht. Het stuk werd goed ontvangen. Hierna volgde Lichaam en Blik, dat bij Baal in première ging. Beide toneelstukken gaan over familiebanden, net als de roman Een man van horen zeggen. Het verhaal gaat over een reeds tien jaar overleden pianist, die alleen bestaat wanneer zijn nabestaanden aan hem denken. Een man van horen zeggen werd door Maarten 't Hart "een klein juweel" genoemd.

De bundel Het museum van licht. Beeld, geheugen en klassieke films uit 1991 bevat (voornamelijk NRC-)artikelen over 'filmklassiekers'. Niet alleen blijkt uit deze bundel Ottens fascinatie voor de film, maar ook die voor het kijken.

De roman Een wijde blik belandde in 1992 na een aantal lovende kritieken moeiteloos in de HP-top 10 en werd genomineerd voor de AKO-prijs. In 1993 verscheen de essaybundel De letterpiloot. Na de verschijning van de roman Ons mankeert niets in 1994 raakte Otten actief betrokken in de discussie over het euthanasie-vraagstuk en schreef hij een bijdrage voor de bundel Als de dood voor het leven. In 1998 verscheen de dichtbundel Eindaugustuswind.

Naar aanleiding van zijn bekering tot het katholieke geloof publiceerde hij in 1999 Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie. In 2003 verschenen het ‘zomerdagboek’ De bedoeling van verbeelding, de essaybundel Redenen van het hart en de dichtbundel Op de hoge.

Specht en zoon uit 2004 kreeg een warm onthaal en werd in 2005 bekroond met de Libris Literatuurprijs. In 2006 ontving deze roman de Inktaap, de prijs van jonge lezers uit Nederland en Vlaanderen. In Specht en zoon geeft Otten het woord aan een schildersdoek, dat maar met moeite begrijpt waar het in de mensenwereld om draait. De schilder die het doek heeft gekocht krijgt een lucratieve opdracht van een bejaarde, steenrijke, eenzame kunstverzamelaar. Hij moet een portret maken van diens adoptiezoon, die inmiddels is overleden. De schilder gaat aan de slag en merkt dat deze opdracht hem met wezenlijke vragen confronteert. Gaandeweg neemt de spanning toe: is de kunstverzamelaar wie hij zegt te zijn en klopt het verhaal over de zoon? Welke rol speelt de onderzoeksjournaliste die de schilder nog van vroeger kent? En hoe zal het aflopen met het schildersdoek dat brandt van verlangen om een echt schilderij te zijn, bewonderd en bekeken?

In 2004 vond ook de première plaats van het toneelstuk Braambos dat Otten schreef op verzoek van Het Toneel Speelt. Braambos is een tragedie over jonge mensen die ontdekken dat hun leven een beproeving wordt als ze voor het dilemma staan een verschrikkelijke misdaad al dan niet te vergeven.

Dat de belangstelling voor Ottens werk niet alleen in Nederland aanzienlijk toegenomen is, blijkt uit de Duitse vertalingen die inmiddels van zijn werk verschenen. Specht en zoon werd inmiddels verkocht aan belangrijke uitgeverijen in Italië, Frankrijk , Duitsland en Zweden. In 2006 verschijnt de essaybundel Waarom komt U ons hinderen (met fraaie illustraties van Marc Mulders). Otten bespreekt twaalf van zijn ‘helden van de geest’, kunstenaars die zijn schrijven en denken hebben beïnvloed (o.m. Reve, Vondel, Tarkovski en Bresson). Allemaal stellen ze het geloof en (of) Christus aanwezig in hun werk, zij het soms impliciet, zelden onproblematisch en vrijwel nooit in kerkelijke of geloofstaal.

In 1999 ontving Willem Jan Otten de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre. In 2007 ontving Otten een eredoctoraat in de theologie van de Universiteit van Utrecht. Deze universiteit verleent traditioneel elk jaar enkele eredoctoraten aan vooraanstaande persoonlijkheden die van betekenis zijn geweest voor wetenschap en maatschappij. Otten ontving deze eretitel van de subfaculteit Godgeleerdheid omdat hij, aldus de universiteit, 'met zijn literair werk het grote belang van levensbeschouwelijke en religieuze thema's zichtbaar heeft gemaakt'.

Enkele persreacties

De wijde blik
"(...) vloeiende roman waarin het lucide geredeneer van een overspelige met verrassende precisie wordt weergegeven (...)" (Carel Peeters, Vrij Nederland)

De letterpiloot
"Eigenlijk kan uit deze essays geen woord worden gemist. Ze zijn zo meesterlijk geschreven, denken en formuleren zijn zo hecht met elkaar verbonden dat elke samenvatting een verminking betekent." (Yves van Kempen, De Groene Amsterdammer)

Ons mankeert niets
"Het zijn de, zeg maar, aforistische gedeelten waarin Otten zijn grootste hoogte bereikt." (Reinjan Mulder, NRC-Handelsblad) "(...) knappe roman (...) vol ingenieuze samenhangen en ingenieuze toevalligheden. Als het echter om een soepele verbinding tussen het realistische, mythische en essayistische gaat. ligt wat mij betreft de nadruk te zeer op het laatste. Alles in de roman is wel heel erg geladen met betekenis, alles is wel heel kunstig geconstrueerd." (Xandra Schutte, De Groene Amsterdammer)

Specht en zoon
“Poëtisch wordt het boek in een aantal scènes waarin het schilderij in wording schaamte voelt, ondanks, of dankzij de wetenschap dat de reden van zijn bestáán is gezien, bekeken te worden. Het zijn nadrukkelijk essayistische scènes, zoals Ottens romans altijd essayistisch zijn geweest, ook als het verhaal zoals hier adequaat en spannend wordt verteld.” (Arjen Fortuin, NRC/Handelsblad)

Specht en zoon/Braambos
“Eerder in het boek zegt schepper het met zoveel woorden: “Alles van waarde balanceert op de rand van kitsch.” Dat is kennelijk Ottens esthetische program. Hij gelooft dat allergie tegen kitsch eigenlijk een manier is om kwetsbaarheid en ontvankelijkheid op afstand te houden. En hij probeert die afweer bij zijn lezers doelbewust af te breken, door zo veel kitsch op hen af te vuren dat ze zich, uiteindelijk, gewonnen geven. Het is een uitdagende visie – en er is iets voor te zeggen. […] het schijnt dat Ottens toneelstuk Braambos, door critici niet bepaald juichend ontvangen, door bezoekers in elk geval druk bediscussieerd wordt. Otten heeft kennelijk wel een zenuw geraakt – en dat zal hij waarschijnlijk ook doen met Specht en zoon. (Leonie Breebaart, Trouw)

Beknopte Bibliografie

De eend (poëzie, Querido, 1975)
Het ruim (poëzie, Querido, 1976)
Ik zoek het hier (poëzie, Querido, 1980)
Een man van horen zeggen (roman, Querido, 1984)
Na de nachttrein (poëzie, Querido, 1988)
De wijde blik (roman, van oorschot, 1992)
De letterpiloot (essays, Van Oorschot, 1994)
Specht en zoon (roman, Van Oorschot, 2004)
De bedoeling van verbeelding (dagboek, Veen, 2008)